Voor begeleiders

Bloedsuiker controleren

Door zijn diabetes schommelt zijn bloedsuikerspiegel

Als iemand diabetes heeft kan het lichaam de bloedsuikerspiegel niet meer zelf op peil houden. Hierdoor kan dit variëren. De bloedsuikerspiegel mag niet te hoog en niet te laag zijn. Daarom moet iemand met diabetes regelmatig zijn bloedsuiker meten. 

Hoe vaak de bloedsuikerspiegel gemeten moet worden, hangt onder meer af van het type diabetes (1 of 2), van de medicatie en of bekend is dat de bloedglucosespiegel van de cliënt gedurende de dag sterk schommelt. Bespreek dit met de diabetesverpleegkundige. 

Door gedurende de dag regelmatig de bloedsuikerspiegel te meten is het mogelijk de bloedsuikerspiegel tijdig met medicatie aan te passen. Je weet dan bijvoorbeeld of en hoeveel insuline iemand bij moet spuiten voor het eten. Als de bloedsuiker bijvoorbeeld te hoog is, dan kun je deze omlaag brengen door maatregelen zoals medicijnen en te kijken naar de juiste voeding, beweging en ontspanning. Hierdoor blijft het lichaam goed gevoelig voor insuline en voorkom je complicaties. Daarnaast kunnen de metingen ook gebruikt worden om de hoeveelheid insuline per dag te bepalen.

De juiste waarde

Het bloedsuikergehalte is de hoeveelheid glucose die in het bloed zit op een bepaald moment. Dit wordt ook wel bloedglucose genoemd. Een goede bloedsuiker waarde ligt als iemand nuchter is normaal gesproken tussen 4 en 7 mmol/l. Cliënten met diabetes kunnen van deze waarde afwijken. Maak hier afspraken over met de diabetesverpleegkundige.

Controle

Bloedsuiker controleren gebeurt volgens een schema dat met de arts of diabetesverpleegkundige is afgesproken. Dit schema verschilt per persoon. Op 1 dag geven deze metingen aan hoe de bloedsuikerwaarden over de dag schommelen. Dit dagoverzicht van bloedsuikerwaarde heet een dagcurve.