Voor begeleiders

Woordenboek

Afweersysteem

Ons lichaam beschikt over een afweersysteem, ook immuunsysteem genoemd. Dit is een systeem dat ons lichaam beschermt tegen ziekteverwekkers zoals virussen, bacteriën en parasieten. En ook tegen afvalstoffen of zieke lichaamscellen zoals kankercellen.

Bloeddruk

Bloeddruk is de druk die wordt uitgeoefend op de wanden van de bloedvaten. Het hart pompt constant bloed door de (slag)aders in het lichaam. De hoogte van de bloeddruk hangt samen met je hartslag. Daarnaast verschilt de hoogte van de bloeddruk door het moment van de dag en door lichamelijke en geestelijke inspanning, zoals bewegen of stress.

Bloed prikken

Iemand met diabetes die insuline gebruikt, moet meerdere malen per dag zelf de bloedglucosewaarde meten met een bloedsuikermeter.

Bloedsuiker

Zie bloedsuikergehalte

Bloedsuikergehalte

Bloedsuikerspiegel of bloedsuikergehalte is de hoeveelheid suikers, glucose, in het bloed. Dit wordt ook wel suikergehalte, glucosegehalte of bloedsuikerspiegel genoemd. Het bloedglucosegehalte wordt aangeduid in mmol/liter, en heet dan een bloedglucosewaarde.

Bloedsuikermeter

Een bloedsuikermeter is een handig apparaat waarmee iemand zelf de bloedsuiker kan meten met een prikje in de vinger. Een bloedsuikermeter zet de bloedsuikerwaarde zelf om naar een laboratoriumuitslag. Een bloedsuikermeter wordt ook wel glucosemeter genoemd.

Bloedsuikerspiegel

Zie bloedsuikergehalte

Bloedglucosewaarde

Zie bloedsuikerwaarde

Bloedsuikerwaarde

Het bloedsuikergehalte wordt aangeduid in mmol per liter, en heet dan een bloedsuikerwaarde.

Cholesterol

Cholesterol is een vetachtige stof die het lichaam nodig heeft voor het maken van bijvoorbeeld vitamines, hormonen, celwanden en gal. Cholesterol wordt in het lichaam gemaakt door de lever. Er is 'goed' en 'slecht' cholesterol. Te veel slecht cholesterol is niet gezond

Er zijn twee soorten cholesterol: HDL (‘goed’ cholesterol) en LDL (‘slecht’ cholesterol). Slecht cholesterol hecht zich gemakkelijk aan een beschadigde wand van bloedvaten, waardoor vernauwing of verstopping kan ontstaan. Dit is gevaarlijk en kan hart- en vaatziekten veroorzaken, zoals hartinfarcten en beroertes.

Chronische ziekte

Een chronische ziekte is een ziekte die lang duurt (minimaal drie maanden) en niet echt te genezen is. Door bijvoorbeeld medicijnen en behandeling worden de klachten van een chronische ziekte vaak wel minder erg. Maar de oorzaak blijft. Iemand met een chronische ziekte zal hier dus altijd rekening mee moeten houden. Diabetes is een chronische ziekte.

Dagcurve

In een dagcurve staan de uitslagen van bloedsuikermetingen gedurende vaste momenten op de dag. Zo wordt onderzocht of glucose goed in het bloed wordt opgenomen. Met de arts of diabetesverpleegkundige wordt afgesproken hoe vaak gemeten moet worden. Vaak worden deze uitslagen per dag in een dagboekje genoteerd.

Diabetes type 1

Diabetes type 1 komt veel minder vaak voor dan diabetes type 2, maar heeft grote invloed op iemands leven. En ook op de andere familieleden. Dat komt omdat de behandeling zo ingrijpend is. Iemand met diabetes type 1 moet iedere dag insuline spuiten en bloedsuiker checken.

Diabetes type 1 is een auto-immuunziekte. Dat betekent dat het eigen afweersysteem de oorzaak is. Normaal ruimt de afweer alleen ziektes op in het lichaam. Bij diabetes type 1 vergist het afweersysteem zich. Het vernielt per ongeluk de cellen die insuline aanmaken, waardoor het lichaam helemaal geen insuline aanmaakt.

Diabetes type 2

Diabetes type 2 is de meest voorkomende soort diabetes. Negen van de tien mensen met diabetes hebben diabetes type 2. Bij diabetes type 2 kan het lichaam de bloedsuiker  niet meer goed regelen. Doordat er te weinig van het hormoon insuline in het lichaam is en het lichaam er niet goed op reageert. Dat heet ongevoeligheid voor insuline, ook insulineresistentie genoemd.

Zonder goed werkende insuline kan het lichaam niet genoeg suiker uit het bloed halen. De bloedsuikerspiegel blijft dan te hoog. Ook zijn cholesterol en bloeddruk vaak te hoog.

Diabetes type 2 heeft een lange aanloop waarin ongemerkt al dingen misgaan in het lichaam. Soms duurt het jaren voordat mensen er achter komen dat ze diabetes type 2 hebben.

Diabetesverpleegkundige

Een diabetesverpleegkundige is een verpleegkundige die zich heeft gespecialiseerd op het gebied van diabetes.

Diëtist

Een diëtist(e) is een specialist op het gebied van gezonde voeding.

Adviseert welke goede, gezonde voeding iemand met diabetes het beste kan eten. Dit doet de diëtist voor elk persoon op maat. Hij/zij kan door het adviseren van een bepaald eetpatroon (dieet) de gezondheid rond diabetes bevorderen.

Glucose

Glucose is een vorm van suiker, ook wel druivensuiker genoemd. Glucose is de belangrijkste brandstof voor het lichaam, onze lichaamscellen zetten glucose om in energie.

Hyper

Hyper is een afkorting van hyperglykemie. Dit betekent dat het bloedsuikergehalte te hoog is.

Bij een hyper hoort: Slaperigheid, moeheid, vaak plassen, dorst, droge mond. Als je insuline [link naar insuline] gebruikt kun je van een hyper af komen door extra insuline te (laten) spuiten. Iemand met diabetes die alleen tabletten gebruikt moet bij een hyper veel water drinken.

Hypo

Hypo is een afkorting van hypoglykemie. Dit betekent dat het bloedsuikergehalte te laag is. Bij een hypo hoort: Wisselend humeur, duizeligheid, beven, moeheid, wazig zien, honger, hoofdpijn, bleekheid en zweten. Om van een hypo af te komen, moet iemand suiker eten of suiker drinken.

Insuline

Insuline zorgt ervoor dat glucose uit het bloed kan worden opgenomen in de lichaamscellen.

Insuline is een natuurlijk hormoon dat gemaakt wordt in de alvleesklier. Insuline zorgt ervoor dat glucose uit het bloed kan worden opgenomen in de lichaamscellen. Glucose geeft de cellen de energie die ze nodig hebben. Bij diabetes maakt het lichaam geen of te weinig insuline aan. Als er te weinig insuline is, wordt er te weinig glucose uit je bloed opgenomen en kan iemand ziek worden. Veel mensen met diabetes injecteren insuline bij zichzelf. Daarvoor zijn er verschillende soorten insuline.

Insulinepen

Een insulinepen is een soort injectiespuitje, dat veel wordt gebruikt om insuline te spuiten. Het lijkt op een dikke vulpen, er zit een vulling in met insuline, en een heel dun naaldje. De dosering insuline is op de pen makkelijk in te stellen.

Insulinepomp

Een insulinepomp is een klein apparaatje dat via een naaldje in de buik constant een beetje insuline afgeeft. Het voordeel van een pompje is dat de bloedsuikerspiegel vaak makkelijker stabiel blijft, wat handig is zeker voor kinderen. Het nadeel kan zijn dat iemand zich afhankelijk gaat voelen van de insulinepomp.

Koolhydraten

Koolhydraten heb je nodig om te kunnen leven, maar voor iemand met diabetes is het belangrijk om goed in de gaten te houden hoeveel koolhydraten je eet. Van koolhydraten maakt het lichaam namelijk bloedsuiker.

Koolhydraten zitten vooral in graanproducten, zoals brood, rijst en pasta, maar ook in aardappels en peulvruchten.

Voedingsmiddelen die veel voedingsvezels bevatten zoals volkorenbrood, volkorenpasta, zilvervliesrijst en peulvruchten, zijn gezonder dan koolhydraten met minder vezels. Witbrood, witte pasta, witte rijst en aardappels worden door het lichaam namelijk sneller omgezet in bloedsuiker dan koolhydraten met veel voedingsvezels.

Mantelzorger

Een mantelzorger is iemand die langdurig en onbetaald voor een chronisch zieke, gehandicapte of hulpbehoevende persoon zorgt, met wie hij of zij een persoonlijke band heeft. Dat kan een familielid zijn, maar ook een vriend of kennis. Een mantelzorger heeft geen opleiding om deze zorg te bieden.

Typen diabetes

De twee belangrijkste soorten diabetes zijn diabetes type 1 en diabetes type 2. Ze lijken op elkaar, maar zijn toch verschillend. 

Verstandelijke beperking

Iemand met een verstandelijke beperking heeft door een ontwikkelingsstoornis een beperking in intellect en vaardigheden. Iemand met een verstandelijke beperking heeft vaak moeite met het dagelijks functioneren, in vergelijking tot leeftijdsgenoten. Er zijn veel verschillende vormen van een verstandelijke beperking.

Zelfmanagement

Zelfmanagement, zelfredzaamheid of zelfzorg betekent dat iemand met een chronische ziekte [link naar chronische ziekte] zo met de ziekte probeert om te gaan, dat hij het leven kan leiden zoals hij dat het liefste zou doen. Zo krijgt degene die ziek is meer grip op zijn leven. Voor mensen met diabetes betekent dit bijvoorbeeld dat zij zelf hun bloedsuiker meten, hun voeding in de gaten houden en insuline spuiten. Maar ook dat zij keuzes maken over welke zorg zij prettig vinden en welke hulp zij graag willen krijgen.